Martin van Kranenburg beantwoordt vragen uit de Foeter community
Op 26 mei 2025 organiseerde Foeter haar eerste Ask Me Anything. Martin van Kranenburg, copywriter, reputatiestrateeg en auteur van het boek van SEO naar GEO, beantwoordde ruim een uur lang alle vragen van de community. Wij zetten ze voor je op een rijtje.

Martin van Kranenburg
Martin is auteur van meerdere boeken over neuromarketing en copywriting (waaronder ‘Schrijven voor het Brein’ en ‘ChatGPT als Tweede Brein’) en is actief als trainer, spreker en strategisch adviseur op het snijvlak van AI, marketing en menselijk gedrag. Hij begeleidt uiteenlopende bedrijven bij de transitie naar een AI-gedreven manier van werken en heeft een scherp oog voor wat er echt verandert in het speelveld.
Wat is GEO eigenlijk en is het écht anders dan SEO?
Martin is duidelijk over de discussie die in het vakgebied veel speelt: is GEO gewoon doorontwikkeld SEO, of iets fundamenteel anders? Zijn antwoord: het is een ander spel. GEO is geen SEO met een nieuw jasje. Het vraagt een andere manier van denken. Hij gebruikt de vergelijking met padel en tennis. Padel lijkt op tennis (je slaat een bal met een racket) maar als je heel goed wil worden in padel, moet je ophouden met bovenhandse slagen. Zo is het ook met GEO: de beweging lijkt vertrouwd, maar de regels zijn anders.
Waar SEO draait om keywords en linkbuilding om bezoekers naar je website te trekken, gaat GEO over onderdeel worden van het antwoord. “Een taalmodel is alleen maar bezig: binnen dit domein, wie zijn de merken en wat is de sentimentscore van al die merken? Wat wordt er over hen gezegd?” Rankings en keyword-posities zijn daarin bijzaak geworden.
“SEO wordt een onderdeel van GEO, niet andersom. Er komt een nieuwe poortwachter bij die bepaalt op basis van jouw reputatie of je het goed doet. Je kan op nummer één staan in Google, maar niet gevonden worden in een taalmodel.”
Moeten we SEO dan helemaal links laten liggen?
Absoluut niet. SEO is geëvolueerd van rankingfactor naar hygiëne. Martin stelde deze vraag live aan een taalmodel tijdens de sessie en het antwoord was: nee. Zijn eigen conclusie sluit daarbij aan. “Google is niet dood, SEO is niet dood. Alleen SEO is in de hiërarchie gedaald, omdat een taalmodel er bovenin is komen te staan.”
De technische basis van SEO blijft relevant: crawlbaarheid, laadsnelheid, semantische structuur en interne linkstructuur zijn nog steeds signalen die taalmodellen meenemen. Maar ze zijn geen differentiator meer. Ze zijn de vloer, niet het plafond. “Het is van een rankingfactor naar hygiënefactor verschoven.”
Zijn praktische advies: verlies je niet in de technische details. Stel je webbouwer of IT-afdeling maandelijks de vraag: doen we het technisch gezien goed? En laat hen dat bewaken op basis van concrete criteria: paginasnelheid, crawlbaarheid, afbeeldingsgrootte. Jij bent als marketeer niet de aangewezen persoon om dat bij te houden.
Hoe zorg ik dat mijn content wordt opgenomen in AI-antwoorden?
Martin geeft een concreet kader voor content die wél wordt opgepikt door taalmodellen. Werk met het AUB-model: Actueel, Uniek, Betrouwbaar.
Actueel: ChatGPT voegt bij elke zoekopdracht mentaal het huidige jaar toe. Heb je geen bijgewerkte pagina uit 2026 over jouw onderwerp? Dan ben je al verouderd. “Daarom moet je al je bestaande belangrijkste pagina’s blijven onderhouden.” Voeg ook een datumstempel toe. Zowel een mens als een taalmodel wil zien wanneer iets voor het laatst is bijgewerkt.
Uniek: Als jouw content door ChatGPT zelf geschreven had kunnen zijn, heeft het geen waarde meer. “Niemand steekt erboven uit. Degene die met een eigen onderzoekje komt, met klantcases, die gaan boven dat maaiveld uitspringen.” Contentmarketeers moeten meer gaan onderzoeken en minder gaan genereren.
Betrouwbaar: Wie is de auteur van deze pagina? Is dat een aantoonbare expert? Zijn er auteursprofielen gemaakt? Wordt er op die pagina verwezen naar een LinkedIn-profiel van iemand die actief is over dit onderwerp? “Het moet allemaal herleidbaar zijn, want een taalmodel moet het allemaal kunnen interpreteren.”
Wat zet ik op mijn eigen website, en wat publiceer ik liever extern?
Dit is een vraag die steeds relevanter wordt nu externe plaatsingen meegewogen worden in hoe taalmodellen je beoordelen. Thought leadership, meningen, analyses en achtergrondartikelen kun je juist goed extern plaatsen. Niet als vervanging voor je eigen site, maar als autoriteitsignaal. “Als jouw concurrenten als autoriteit worden gezien door een taalmodel, en jij nog niet, kun je goed gebruikmaken van geleende autoriteit. Je publiceert op plekken die al worden vertrouwd.”
“Bottom-of-funnel content hoort op je eigen site. Thought leadership hoort op plekken die al als autoriteit worden gezien.”
Praktische afweging: als het artikel primair gaat over jouw expertise en jouw visie, overweeg dan externe publicatie op een vakmedium. Als het artikel primair gaat over jouw product of dienst en bedoeld is om iemand te converteren, houd het dan op je eigen site.
Hoe bepaal ik welke pagina’s de meeste aandacht verdienen?
Voor B2B-bedrijven met lange aankooptrajecten en weinig directe websiteconversies is dit een hardnekkig probleem. Martins vuistregel: denk na over welke pagina’s 80% van je omzet genereren. Die content (producten, diensten, cases, vergelijkingspagina’s) hoort op je eigen website en verdient de meeste aandacht qua actualiteit en structuur. In B2B kan dit soms lastig te bepalen zijn op conversies, maar daar heeft Martin dan weer een verrassend simpel antwoord voor: ga met je klanten praten.
“Je meest belangrijke data is met je klant praten. Elke marketeer zou minimaal één keer per kwartaal vijf klanten moeten uitnodigen.” Vraag simpelweg: hoe heb je ons gevonden? Welke vraag had je op het moment dat je ons ontdekte? Welke bronnen heb je geraadpleegd voordat je contact opnam?
Die gesprekken geven je direct inzicht in welke pagina’s, welke kanalen en welke vragen relevant zijn in de oriëntatiefase. Bedrijven die dit structureel doen, hangen volgens Martin nooit aan het infuus van Google en dadelijk ook niet aan dat van een taalmodel. “Die business draait altijd als een zonnetje.”
Moet ik nu ook actief worden op Reddit?
Reddit is voor sectoren zoals tech, software en consumentendiensten een belangrijk bronmateriaal voor taalmodellen. De vraag is hoe je daar op een oprechte manier zichtbaar wordt.
Martin is helder: nepprofielen aanmaken en zelf nep-posts schrijven werkt misschien op de korte termijn, maar is geen duurzame strategie en ook geen oprechte marketing. Wat wél werkt: actief bijdragen in communities waar je iets te vertellen hebt. Vragen beantwoorden. Kennis delen zonder verkooppitch. Als je dat structureel doet, bouw je een reputatie op die taalmodellen oppikken.
“Authentieke aanwezigheid op relevante platforms telt. Nepprofielen en nep-posts zijn geen optie.”
Voor B2B-bedrijven geldt: Reddit is niet altijd de meest relevante plek. Kijk liever naar de platformen waar jouw klanten en vakgenoten wél actief zijn: LinkedIn, vakfora, branchespecifieke communities. Consistente aanwezigheid op een paar relevante plekken weegt zwaarder dan geforceerde aanwezigheid op alle platformen tegelijk.
“Het klink misschien te simpel,maar het moet goed voelen. Je merkt het meestal zelf al. Als je iets moet gaan forceren, voelt het tegennatuurlijk en werkt het vaak ook niet goed.”
Moet ik nu ook op elk platform aanwezig zijn?
Nee. Kies je slag en wees consistent op de plekken die voor jouw klant relevant zijn. Martin is expliciet over de valkuil van versnippering. Eén vermelding op tien platforms heeft minder waarde dan tien vermeldingen op één relevant platform. Een taalmodel herkent patronen; een eenmalige vermelding is ruis.
Zijn aanpak: identificeer de drie tot vijf plekken buiten je eigen website waar jouw doelgroep informatie zoekt. Zorg dat je naam daar consequent en positief terugkomt. Dat kan een vakblad zijn, een brancheorganisatie, een podcastreeks, een LinkedIn-groep, of een specifiek forum. Kwaliteit en consistentie winnen het van breedte.
Met welke tools kun je van keywords prompts maken?
Begin met RankShift. Dat is laagdrempelig en geeft je snel inzicht. Martin noemt een aantal tools die helpen bij het monitoren van AI-zichtbaarheid en het vertalen van keywords naar prompts: PromptWatch, RankShift en een handvol anderen. Zijn aanbeveling voor wie net begint: start met RankShift. Je kunt er een 30-dagen proefperiode aanvragen en het geeft direct inzicht in hoe je scoort op relevante AI-zoekvragen.
De werkwijze is simpel: laad je bestaande keywords in, en de tool genereert automatisch de prompts die een gebruiker zou stellen. Zo zie je direct of je wordt geciteerd op de vragen die ertoe doen.
Zijn praktische tip voor meten: test consequent vanuit een neutraal account, niet vanuit je eigen profiel. Taalmodellen personaliseren soms op basis van je zoekgeschiedenis, waardoor je eigen resultaten een vertekend beeld geven.
Hoe betrouwbaar zijn GEO-meettools als er nog geen Search Console-equivalent is?
Deze vraag is eigenlijk niet zo heel belangrijk. Kijk naar de grote lijnen. De vraag werd gesteld of je huidige GEO-tools kunt vertrouwen als er nog geen directe databron is zoals Google Search Console. Martins antwoord verraste: hij vindt nauwkeurige toolmeting op dit moment minder cruciaal dan veel mensen denken. Je moet niet alles dood willen meten. Wat je wél weet zijn je keywords en je omzetdragende pagina’s. Gebruik die als startpunt. Geef tien prompts in op basis van jouw keywords. Word je tien keer niet genoemd, dan heb je een probleem. Word je vijf keer wel genoemd, dan ben je op de goede weg.
Zijn werkwijze: zet een tool één à twee maanden in, maak daarna een kwartaalplan op basis van de bevindingen, en meet pas na drie maanden opnieuw. Geen wekelijkse rapportages, geen dashboard-angst. Grote lijnen, focus, actie.
Is een link in vakmedia nog nodig, of is alleen je naam noemen al genoeg?
Een link is mooi meegenomen, maar een taalmodel heeft geen linkstructuur nodig om je merk te herkennen. Wat wél telt: dat je naam consistent op meerdere externe plekken verschijnt. “Genoemd worden, maar heel consistent op alle websites.”
Zijn praktische tip: benader platforms, docenten en publicaties waar je al een relatie mee hebt. “Ik moet nu bedrijven benaderen waar ik als docent werk om te vragen om docentenprofielen. Zo zorg ik dat mijn profiel op verschillende gerenommeerde websites komt. ” Die externe aanwezigheid is geen bijzaak meer. Het is je voornaamste autoriteitsignaal.
Wat doe je met reviews in het GEO-tijdperk?
Reviews zijn nu strategisch bronmateriaal. Martin illustreert dit met een concreet voorbeeld. Hij vroeg aan een taalmodel advies over een leverancier, de grootste in de markt. Het model antwoordde: ze zeggen dat ze binnen één dag leveren, maar we lezen in de reviews dat ze dat bijna nooit halen. Ik zou die niet gebruiken. Het model stuurde hem naar een kleinere partij met betere reviews. Reviews zijn niet langer alleen voor klantvertrouwen. Ze zijn bronmateriaal voor taalmodellen. Wat er online over je wordt gezegd, bepaalt mede of je wordt aanbevolen of juist wordt afgeraden.
Zorg voor een actief reviewbeleid en reageer ook op negatieve reviews. Ook taalmodellen beoordelen hoe je omgaat met kritiek. Marketeers worden hiermee steeds meer reputatiemanagers. Zij zijn hard nodig om te zorgen voor de juiste reacties. Niet elke reactie hoeft door een marketeer geschreven te worden, maar er is wel een framework of template nodig om customer service op een juiste manier te laten reageren.
Werkt interview-content goed voor GEO?
Ja, interviews zijn van nature vraag-antwoord content en doen het uitstekend. Martin wijst erop dat interviews bijzonder goed presteren als GEO-content, en dat is geen toeval. Een interview is al gestructureerd als vraag en antwoord. Een taalmodel scant naar passende fragmenten bij een zoekvraag en een interview biedt die brokjes kant-en-klaar aan.
De les: verwerk echte klantvragen in je interview-opzet. Niet de vragen die je als marketeer interessant vindt, maar de vragen die jouw klant aan een taalmodel zou stellen. Als die vragen ook als kopjes in de tekst staan, met een direct antwoord eronder, heb je in één keer content die zowel voor mensen als voor machines werkt.
Hoe zorg ik dat mijn directie dit serieus neemt?
Martin is hier ongenadig helder over. Bedrijven die 30% van hun organisch verkeer zijn kwijtgeraakt, kunnen dat niet meer wegschuiven als een marketingprobleem. “Ga dat maar even uitleggen aan je baas.” De daling in websiteverkeer is voor veel directeuren inmiddels zichtbaar in de cijfers en dat is het moment om de conversatie over GEO te voeren.
Zijn advies: zorg dat de directeur zelf heeft geëxperimenteerd met een taalmodel. Niet als toeschouwer, maar als gebruiker.
De pijn bereikt nu de boardroom. Gebruik dat moment. Als jij als directeur de afgelopen jaren nog nooit een prompt hebt geschreven, mag jij je serieus achter de oren krabben.
Wat is de volgende stap na GEO?
We gaan van customer experience naar agentic experience. Zorg dat wie jou ontdekt via een AI, een onvergetelijke ervaring heeft. Martin sloot de avond af met een bredere boodschap. GEO draait uiteindelijk niet om techniek, maar om het ontwerpen van geweldige ervaringen. “In de kern gaat GEO niet over tech, maar over mensen.”
Een AI-agent die straks namens een klant aankopen doet, oriëntaties uitvoert of afspraken plant, zal kiezen op basis van reputatie. “Als iemand met jullie in contact komt en hij wordt klant, moet dat een hele vette ervaring zijn.” De marketeers die begrijpen dat GEO de ingang is, maar de ervaring daarna het verschil maakt, zijn degenen die de komende jaren bovenaan staan.
Martin van Kranenburg heeft samen met Bob van Duuren het boek “Van SEO naar GEO” geschreven. Dus als je verder in dit onderwerp wilt duiken, zorg dan dat deze in je boekenkast komt.
Volgende AMA’s zijn exclusief voor Foeter Friends
Als Friend stel je vragen aan de scherpste B2B-marketingexperts van Nederland. Live, zonder filter, zonder verkooppraatje. Eén sessie per kwartaal, altijd rond een concreet onderwerp.




